Jos van Wunnik; Landschap op de grens van zichtbaarheid
Spiegel-Bomen-route in 2010
Bomen met specifieke groeivormen speelden een grote rol in de serie Stroomhout. In 2010 start ik een vervolg-project dat zal bestaan uit een serie tekeningen gecombineerd met een ervaringsroute die men individueel per gps kan lopen. In een boekje komen tevens korte beschrijvingen van bomen en hun locaties. Het beoogt de wisselwerking tussen kunst en natuur te bevorderen en de visuele en intuitieve waarneming van natuur in het locale landschap te verdiepen.
Transparantie en spiegeling
In de ontwikkeling van mijn werk - een zoektocht naar de paradijselijke tuin of 'heelheidsruimte' - spelen landschappen een centrale rol. Al in de tijd dat ik aan de Jan van Eyck-academie (Maastricht 1975) studeer begint mijn fascinatie voor met name de ontgrenzende, ruimtelijke kwaliteit van het landschap, en het 'verinnerlijken' van deze ruimte in mijn werk.
Deze fascinatie voert me aanvankelijk naar Friesland (1980). Transparantie en spiegeling staan centraal in de series 'Verticale Landschappen' en 'IJsplassen'. In een volgende fase word ik geïnspireerd door de dynamische ruimte van berglandschappen in Noorwegen en de Alpen (1985), en door indigo-nachtlandschappen.
Vervolgens beeld ik het vibrerende licht van de innerlijke ruimte uit, geïnspireerd door offercakes in Bhutan (Torma's 1991).
Daarna wordt mijn zoektocht naar het wezen van mijn verbinding met de aarde en de natuur nadrukkelijker. In plattegronden van landschappen en plekken verbeeld ik de mythische topografie van het plaatselijke landschap (Aarde-rombus-traject 1995).
Bezielde aarde
Vanaf 2000 is het bronbos bij Schinveld mijn inspiratiebron en wordt het kleurgebruik rijker en helder. Verschillende elementen staan achtereenvolgens centraal: de etherische plek, takken met geometrische vormentaal, het bronbos, en tot slot de gehele - stromende - ruimte van het bos. In de meest recente serie 'Floating colors' staan gelaagde, ritmische stroompatronen van water, reflecties en vallende of drijvende bladeren centraal. Schilderen wordt als water...
Techniek
Ik schilder met tempera. Aanvankelijk met ei+hars-tempera en losse pigmenten. De laatste tien jaar met caseïne-tempera (olieverf met caseïne). De tempera-techniek leent zich meer dan olieverf voor het werken met kleine afzonderlijke kleurtoetsen, waarmee kleuren en optische kleurmengingen zo helder en zuiver mogelijk weergegeven kunnen worden. Het etherische karakter van kleur en licht speelt hierbij echter ook een rol.
Mijn penseelvoering is steeds zeer gericht en constructief ritmisch.
In de loop van de jaren verandert mijn arcerend handschrift ('tache') regelmatig: van grof (met paletmes) naar hele fijne, rechtlijnige arceringen. Vervolgens naar fijne, ronde arceringen ('kommaatjes'). Sinds enkele jaren zijn de toetsen losser en combineer ik het arceren met andere manieren om verf op te brengen.

|
10 Danielle de Warem |
Horeca |


